Arie en Wil voorzien zichzelf van stroom

  • Door: Lisa van der Wal
  • Gepubliceerd in Hier! op September 2016
  • Voorlopen op de rest was niet altijd makkelijk. Voordat het echtpaar in 1991 kon beginnen met de bouw van de woning moest er nog veel worden geregeld. ‘Er moest behoorlijk wat worden gepionierd’, vertelt Wil. ‘Dat was heel leuk, maar soms ook moeilijk.’ Zo kregen ze bijvoorbeeld te maken met een zogeheten ‘artikel 19 procedure’, omdat het woonhuis een andere vorm zou krijgen dan het oude voorhuis en de schuur die er eerst stonden. ‘Daarbij vond de gemeente het plaatsen van zonnepanelen maar een raar plan’

Arie en Wil Kroon uit Woubrugge waren in 1993 de eersten in heel Europa met een zogeheten ‘nul-energiewoning’. Een woning die per jaar evenveel energie opwekt als wordt verbruikt. Met zonnepanelen en slimme constructies lukt dit vrijwel moeiteloos. Gelukkig, want inleveren op leefbaarheid ziet het stel niet zitten. ‘Weleens van geitenwollen – sokkenmensen gehoord? Nou, dat zijn wij dus niet.

Toen het echtpaar in de jaren tachtig de kans kreeg om een stuk familiegrond in Woubrugge te kopen, twijfelden ze geen moment. Grootse plannen had – den ze, vooral op het gebied van milieuvriendelijkheid – als onafhankelijk energie-adviseur een van Aries passies. Met een architect gingen ze aan de slag. Het resultaat was een woning met tachtig zonnepanelen, waar – van twee derde op het zuiden en een derde op het zuidwesten. De panelen zorgden ervoor dat ze geen extra energie hoefden te verbruiken. ‘In die tijd was dat erg vooruitstrevend’, vertelt Arie. Het huis is aangesloten op het energienet, wat praktisch gezien inhoudt dat Arie en Wil op zonnige dagen hun buren voorzien van de door hen opgewekte elektriciteit. Op donkere, bewolkte dagen krijgen ze juist elektriciteit en gas van het net terug. ‘De energiebalans is hiermee nul.’

Halve meter muur

De zonnepanelen zijn de energieopwekkers en met behulp van slimme constructies is de woning erop gericht om zo min mogelijk van deze energie te verbruiken. ‘We hebben bijvoorbeeld muren van zo’n vijftig centimeter dik en hoogrendement-dubbelglas’, vertelt Wil. ‘Zo blijft de warmte goed binnen.’

Naast deze praktische handigheidjes, heeft het echtpaar ook gelet op het gebruik van duurzame materialen. ‘We hebben bijvoorbeeld veel hergebruikt hout verwerkt in de woning en verf op basis van citroenolie gebruikt. Dit blijft lang goed; de houten vloeren en de trappen hebben we in al die jaren nog nooit over hoeven schilderen.’ Ook hebben ze een regenwaterkelder waarin regenwater wordt opgevangen en gefilterd. ‘Met het gefilterde water wordt al het schoonmaakwerk gedaan en de toiletten doorgespoeld’, vertelt Arie. Zelfs een composttoilet werd uitgeprobeerd. Maar dat bleek niet zo’n succes. Wil: ‘Er was iets misgegaan, waardoor het echt begon te stinken. Ik was blij dat dat ding eruit werd gesloopt. Het moet wel leefbaar blijven.’ Wil en Arie proberen zo min mogelijk te verspillen, maar hebben ook gewoon een vaatwasser. ‘Maar alle nieuw aan te schaffen elektrische apparatuur wordt wel gescreend op zuinig energieverbruik. Goedkoop is vaak duurkoop.’

Japanners over de vloer

Voorlopen op de rest was niet altijd makkelijk. Voordat het echtpaar in 1991 kon beginnen met de bouw van de woning moest er nog veel worden geregeld. ‘Er moest behoorlijk wat worden gepionierd’, vertelt Wil. ‘Dat was heel leuk, maar soms ook moeilijk.’ Zo kregen ze bijvoorbeeld te maken met een zogeheten ‘artikel 19 procedure’, omdat het woonhuis een andere vorm zou krijgen dan het oude voorhuis en de schuur die er eerst stonden. ‘Daarbij vond de gemeente het plaatsen van zonnepanelen maar een raar plan’, vertelt Arie. ‘Het had behoorlijk wat voeten in de aarde, maar we hebben uiteindelijk toch het voordeel van de twijfel gekregen.’ Het stel kreeg zelfs een bijdrage van de Novem (de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu, red.), mits het huis zou dienen als voorbeeldwoning. ‘Dit hield onder meer in dat we allerlei groepen, van Japanners tot Amerikanen, over de vloer kregen’, aldus Wil. ‘Maar dat hadden we er wel voor over; we wilden graag aantonen wat er mogelijk was op het gebied van duurzame energie.’

‘De gemeente vond het plaatsen van zonnepanelen maar een raar plan’

Na het afronden van de bouw in 1993 gingen Arie en Wil het huis direct bewonen. Het kostte vanwege niet-accurate meetapparatuur en nog wat kinderziektes nog twee jaar om inderdaad het label ‘nulenergiehuis’ te krijgen. ‘In 1995 werd de energieneutrale stand voor het eerst gemeten’, vertelt Arie. ‘Het energiebedrijf noemde ons destijds zijn slechtste klant, waar men toch heel trots op was.’

Vijftien keer goedkoper

Hebben Arie en Wil anno 2016 nog tips voor mensen die ook minder energie willen verbruiken? ‘Nou, laat je allereerst goed informeren voordat je iets aanpast of laat bouwen’, zegt Arie. ‘Het plaatsen van zonnepanelen is al heel zinvol en ze zijn nu vijftien keer goedkoper dan toen wij ze aanschaften.’ ‘En in betere kleuren’, vult Wil aan. ‘Daarnaast,’ zegt ze, ‘zou het licht uitdoen als je een kamer verlaat vanzelfsprekend moeten zijn. Dat stukje bewustwording is minstens zo belangrijk.’