"Een 'vieze' Lelijke Eend stoot met 1 op 20 minder CO2 uit dan een 'schone' Tesla S"

Er is geen enkele reden om elektrische auto´s ‘schoon’ te noemenEr is geen enkele reden om elektrische auto´s ‘schoon’ te noemen
  • Door: Martin Kroon
  • Gepubliceerd in Tijdschrift Milieu op juni 2018
  • THEMA: WETENSCHAP VERSUS EMOTIE

Er is niks mis met emotie. Maar als emotie je belemmert om naar – soms onaangename – feiten te kijken, dan moet je oppassen. Hetzelfde geldt voor al te optimistisch communiceren over de oplosbaarheid van overweldigend grote problemen als het broeikaseffect. Dan kunnen fictie en wensdenken de overhand krijgen en ontstaan – mogelijk onbewust – reacties die je eerder verwacht bij sekteaanhangers.

Als het om milieu gaat, is emotie een onmisbare drijfveer tot actie. Zonder boosheid over de rotzooi, vervuiling en verspilling is het moeilijker om gemotiveerd er tegenaan te gaan. Pas als mijn frustratie groot genoeg is, ga ik bijvoorbeeld blikjes en petflesjes rapen in mijn buurt. Ook is het volstrekt terecht dat we alles op alles zetten om de klimaatverandering te beperken. Maar de energietransitie gaat niet lukken als wishfull thinking over technische innovaties domineert, zeker indien de toetsingsregel ‘meten = weten’ wordt genegeerd.

Verraad

Een treffend voorbeeld van dit laatste, is het artikel in Tijdschrift Milieu van oktober 2017 over ‘aardgasvrij’ als hype. Dit veroorzaakte, zachtjes uitgedrukt, nogal wat opschudding. Op 5 april jl. verscheen in de Volkskrant een gelijksoortig opiniestuk over de negatieve gevolgen van overhaaste ombouw van miljoenen woningen naar ‘all electric’. Opnieuw werden mijn medeauteur en ik overspoeld met reacties. De meeste waren positief. Wat echter opviel, was dat deze vooral afkomstig waren van mensen met een technische achtergrond zoals energie-experts en bouwkundigen. De meer emotionele en negatieve reacties op onze kritiek op ‘aardgasvrij’ als panacee kwamen vooral van de kant van GroenLinks en milieuorganisaties waar ik zelf al jaren lid van ben. Die reacties – vooral van niet-technisch opgeleide voorlicht(st)ers – logen er niet om: wij werden zelfs van commerciële belangen (in HR-ketels?) en fact free redeneren beschuldigd. En van ´verraad aan de goede zaak´, van steun aan de tegenstanders van radicaal klimaatbeleid.

Emotiebronnen

Om wat voor emoties gaat het hierbij? Met een beetje mensenkennis onderscheid ik vier psychologische mechanismen, die overigens niet exclusief zijn voor ´milieu-emoties´, maar die bij elke actiegroep kunnen domineren.

  1. 1. Cognitieve dissonantie-vermijding
    Ik signaleer als belangrijkste emotie cognitieve dissonantie-vermijding. Ontkenning was de reactie vanuit de milieubeweging op onze semi-slechtnieuws boodschap. Deels komt dat door gebrek aan bouwkundige en energetisch-technische kennis. Zo roepen onder meer Urgenda, Natuur en Milieu en mijn eigen stroomleverancier Qurrent, dat een warmtepomp geen CO2-uitstoot veroorzaakt als je zonnestroom hebt. Helaas komt er in Nederland nergens ‘groene stroom’ uit het stopcontact. Een dak vol PV maakt een warmtepomp van 6 kWh nog niet ´duurzaam´. Was dat maar zo! Op winterdagen geeft mijn PV-dak met sneeuw 0 Watt stroom en met bewolkt weer slechts 20 Watt (cumulatief per dag 140 W!). Een Tesla S verbruikt per uur/100 km ca. 12.000 Watt, die komen in NL voor ruim 80% uit steenkool en gas. Een ‘vieze’ Lelijke Eend stoot met 1 op 20 minder CO2 uit! Er is geen enkele reden om warmtepompen of elektrische auto´s ‘schoon’ te noemen. Dergelijk taalgebruik zorgt voor cognitieve dissonantie als de feiten anders blijken.
  2. 2. Maakbaarheidsgeloof
    De tweede emotie is het maakbaarheidsgeloof. Dat luidt: ‘aardgasvrij in 2030, het kan, want het móet!’ Dat klinkt daadkrachtiger dan: wat kan, dat moet! Ruud Koornstra roept: “Fossielvrij in 2030 kan, als we het maar willen! Gratis en oneindig veel energie is de toekomst, de techniek gaat alles oplossen!” Opeens heeft de milieubeweging – anders dan bij kernenergie – een blind vertrouwen in ‘innovatieve technieken’ om de Parijse doelen te halen. Onze analyse, gebaseerd op veertig jaar ervaring* en rekening houdend met de vaak beroerde technische prestaties in de bouw- en installatiepraktijk, komt uit op: ‘Fossielvrij in 2030? Alleen al de benodigde honderdduizenden technische rechterhanden ontbreken!’
  3. 3. Schuldgevoel
    De derde emotiebron, althans met betrekking tot aardgas, is schuldgevoel over Groningen en onze CO2-uitstoot in het algemeen. Wij willen te graag met een groot gebaar goedmaken wat decennia lang fout gegaan is en wat de Oost-Groningers is aangedaan. Het is dan zuur als het aardgasvrij maken van miljoenen bestaande woningen de ineffectiefste en duurste (om)weg is om Groningen snel van de gasvraag af te helpen. Dat wil je dan niet horen.
  4. 4. Verheven doel
    De vierde emotie is wat alle zeloten en revolutionaire bewegingen bedreigt: een verheven doel dat alle middelen heiligt. Dan ontstaat boosheid en zelfs aperte agressie en rancune tegen allen die van de rechte lijn afwijken of kritiek op de enige weg naar de heilsstaat hebben. Zo voelde het voor mij, het was zelfs herkenbaar want ik heb ook mijn stokpaarden. Hier wreekt zich ook de te succesvolle communicatie van sommige voorlopers die zich tot ware klimaatprofeten gepromoveerd hebben. Zo lopen heel wat goedwillende mensen achter valse profeten als Elon Musk aan en wordt een creatief dwaallicht als Daan Roosegaarde op het groene schild gehesen met z’n (puur symbolische) roetsnuifmachine.

Meten
Kortom, emoties zijn legitiem en kunnen urgente kwesties agenderen. Maar het ontbreekt aan het besef dat er geen simpele oplossingen zijn voor de complexe problemen. Vaak gaat het om problemen – met de auto en het vliegen voorop – waarbij de politiek de moed niet heeft om die echt aan te pakken met maatregelen die wél pijn doen. Voor elke oplossing geldt: helpt het voor het doel, is het middel effectief? En dat weet je pas als je het meet, en dat is wetenschap.

Martin Kroon (mc.kroon@hetnet.nl) is oud-projectleider verkeer, milieu en rijgedrag