|
| De
onderstreepte hoofdstukken zijn te benaderen
door aan te klikken. |
1.
INLEIDING
2. BESCHRIJVING NULENERGIE WONING
2.1 ALGEMENE BESCHRIJVING
2.2 BOUWKUNDIG ONTWERP VAN DE WONING
2.2.1 Algemeen / duurzaam bouwen
2.2.2 Warmte-isolatie
2.2.3 Muren / isolatie fundering
2.2.4 Dakconstructie
2.3 PV-SYSTEEM
2.3.1 Algemeen
2.3.2 PV-generator
2.3.3 Inverter
2.4 ZONTHERMISCH SYSTEEM
2.4.1 Algemeen
2.4.2 Dakgeďntegreerde collector
2.4.3 Opslag van zonnewarmte en collectorcircuit
2.4.4 Opbrengstverwachting
2.5 WARMWATERINSTALLATIE
2.6 RUIMTEVERWARMING
2.7 GASNAVERWARMER
2.8 OVERIGE MILIEU-ASPECTEN
3. KNELPUNTEN EN VERBETERINGEN
3.1 DAKCONSTRUCTIE
3.1.1 Vochthuishouding
3.1.2 Montage PV-systeem
3.2 ANDERE BOUWKUNDIGE ASPECTEN
3.2.1 Serre
3.2.2 Ramen
3.2.3 Kierdichting.
3.2.4 Vloerisolatie
3.3 ZONTHERMISCH SYSTEEM
3.4 VERWARMINGSSYSTEMEN
3.5 PV-SYSTEEM.
3.6 ENERGIEGEBRUIK
3.6.1 Verlichting
3.6.2 Energiezuinige apparatuur
3.6.3 Stand-by verbruik.
4. RESULTATEN
4.1 PASSIEVE ZONNE-ENERGIE.
4.2 ZONTHERMISCH SYSTEEM
4.2.1 Prestatie
4.2.2 Kosten
4.3 PV-SYSTEEM
4.4 NULENERGIE CONCEPT
4.5 SPOELWATER
5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6. REFERENTIES
|
1. Inleiding
Een nul-energiewoning is een
concept voor een woning waarbij de
energie-opwekkings en besparingstechnieken
optimaal op elkaar zijn afgestemd met als gevolg
dat op jaarbasis de totale energievraag in
balans is met de opgewekte energie. In Woubrugge
is zo’n woning gerealiseerd. De
nul-energiewoning is gebouwd op initiatief en in
opdracht van de heer A. Kroon. In 1991 is met de
bouw begonnen en vanaf 1993 is het huis bewoond
en zijn de deelsystemen in werking getreden.
Bij het ontwerp van het huis zijn de volgende
uitgangspunten gehanteerd:
a. Op jaarbasis netto geen energie betrekken van
het Nutsbedrijf. Er is wel een normale
electriciteits- en gasaansluiting.
b. Maximaal gebruik maken van bouwmaterialen,
die het milieu minimaal belasten.
c. Het drinkwatergebruik minimaliseren.
d. Geen concessies doen aan het wooncomfort (met
enige goede wil).
e. Een esthetisch verantwoorde vormgeving.
Buro Balans uit Rotterdam en buro Ecofys uit
Utrecht zijn bij het project betrokken, Balans
voor de vormgeving en Ecofys voor de advisering
ten aanzien van aantal deelsystemen in het huis
en de monitoring ervan. R&S heeft het PV-systeem
verzorgd. Aanvullend onderzoek is uitgevoerd
door TNO-Bouw en BDA Buro Dakadvies. De bouw is
in eigen beheer uitgevoerd, evenals de
zonnecollector.
Financiële bijdragen aan het PV-systeem zijn
geleverd door de NOVEM, het energiebedrijf EWR
en de provincie Zuid-Holland.
| |
 |
|
Het
nul-energiehuis in Woubrugge
Het nul-energiehuis is gelegen aan de
Vierambachtsweg te Woubrugge en is het eerste
Nederlandse demonstratiehuis van NOVEM in het
kader van IEA taak 16 van het Solar Heating and
Cooling Programme (Photovoltaics in Buildings).
Het doel van het PV-project in dit kader is
tweeledig. Ervaring opdoen met integratie van
netgekoppelde PV-modules in het dak en het
verzamelen van gegevens voor de
verdere ontwikkeling van de integratietechniek.
Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de
bouwfysische aspecten daarvan, zoals
vochtvorming en warmtehuishouding.
De evaluatie is als volgt opgebouwd. Eerst
worden de verschillende energiesystemen en
energiebesparingsmaatregelen beschreven
(hoofdstuk 2). Vervolgens worden in hoofdstuk 3
de opgetreden knelpunten en de verbeteringen van
de verschillende systeem beschreven. De
uiteindelijke resultaten komen in hoofdstuk 4
aan bod. De evaluatie sluit af met een aantal
conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5)
|
 |
Terug naar
Inhoudsopgave |
|
|
2.
Beschrijving nul-energie woning
2.1 Algemene beschrijving
Principe schema nul-energiehuis te
Woubrugge
De ontwikkeling en toepassing van technieken
voor energieopwekking en energiebesparing vinden
vaak gescheiden plaats, terwijl combinaties van
technieken tot een beter produkt en een lager
netto energieverbruik kunnen leiden. In de
woning in Woubrugge is dat wel gebeurd, namelijk
in de vorm van een nul-energieconcept. Zo’n
concept houdt in dat de energiebesparing en
energieopwekking op elkaar zijn afgestemd met
als doel de totale energievraag in balans te
brengen met de zelf opgewekte energie.
Om de nulenergie doelstelling te halen is het
zinvol eerst de energievraag zoveel mogelijk te
reduceren. Men heeft dan ook getracht de
warmteverliezen te minimaliseren door te kiezen
voor een optimale isolatie van het huis, een
zeer goede kierdichting te bewerkstelligen en
zoveel mogelijk energiezuinige apparaten toe te
passen.
De energieopwekking gebeurt voor het grootste
deel met behulp van zonnecollectoren (warmte) en
PV-modules (elektriciteit). De meeste energie
wordt opgewekt in de zomer; het energieoverschot
wordt in de winter benut.
Om zo optimaal mogelijk met de energie om te
gaan zijn verder de volgende voorzieningen
aangebracht: Een gebalanceerde mechanische
ventilatie met warmteterugwinning, een
hoogrendementsketel waarop aangesloten zijn
lucht- en vloerverwarming en radiatoren en een
tegelkachel voor houtstook
een
schema waarin de verschillende energie en
watersystemen zijn opgenomen
2.2.1 Algemeen
Het huis heeft een karakteristieke vorm gekregen
(zie figuur 1 en 3), deels als gevolg van de
compacte bouw. De verhouding tussen het volume
en het oppervlak is zo gunstig mogelijk gekozen
om het warmteverlies naar de omgeving zoveel
mogelijk te beperken. Bij de compartimentering
van de ruimtes is rekening gehouden met de zon.
De dakdelen, waarin de zonne-energiesystemen
zijn ondergebracht, zijn zoveel mogelijk zuid
georiënteerd.
Het huis is volgens de traditionele bouwmethode
gebouwd. Voor deze bouwwijze is gekozen omdat
bij zwaar geďsoleerde woningen, in de zomer snel
het probleem van oververhitting optreedt. De
traditionele bouw heeft een hoge
warmtecapaciteit zodat snelle opwarming
voorkomen wordt. De stenen bouwmassa, met name
een dikke betonvloer, buffert overdag warmte en
geeft deze ‘s avonds weer vrij. Verder zijn de
ramen aan de zuidzijde niet al te groot gemaakt.
Overstekende dakranden zorgen ervoor dat de zon
‘s zomers zo min mogelijk naar binnen schijnt,
maar ‘s winters diep in de woning kan
doordringen.
Aan de zuidzijde is een (onverwarmde) serre
aangebouwd die met schuifdeuren is verbonden met
de woonkamer. Een vide bevindt zich bij de
voordeur, zodat elke in- of uitgang een
tochtportaal heeft.
Duurzaam bouwen
Naast het zeer energiezuinig bouwen is ook
duurzaam gebouwd. Genomen maatregelen zijn:
• Isolatie zonder Cfk’s
• PPC riolering in plaats van PVC
• afvalscheiding
• holle baksteen
• keramische dakpannen
• hout i.p.v. staal ten behoeve van de
draagconstructie van het dak
• 60% houten vloeren
• hergebruik van hout. Voorbeeld: De centrale
hoofddraagbalk meet 110 x 380 mm., is afkomstig
uit een pakhuis en al 100 jaar oud
• massief houten keukeninrichting
• waterbesparing met behulp van speciale kranen,
toilet met 6 l. spoelbak, spoelwater door middel
van 2e waternet op regenwater.
2.2.2 Warmte-isolatie
De warmte-isolatie van het huis heeft rondom
(muren, vloeren en dak) een dikte van 200 mm.
Als isolatiemateriaal is, in verband met de
milieubelasting en duurzaamheid, gekozen voor
schuimglas. De isolatiewaarde (R) hiervan is 6
m2.K/W. U = 0,167 W/m2 K.
De isolatieplaten zijn hard en onbuigzaam. De
platen zijn op zich goed verwerkbaar maar
aangezien gemetselde muren nooit vlak zijn,
stelt dit hoge eisen aan de bevestiging en
afdichting van de isolatie. Twee
schuimglasplaten van 100 mm zijn overnaads
aangebracht in halfsteensverband, zowel
horizontaal als vertikaal. Rondom de platen is
met bitumenkit gewerkt om ze in eerste instantie
vast te lijmen. Bij zeer onvlakke ondergrond
zijn de holtes extra aangevuld met dunne
steenwolplaatjes.

Plattegronden nul-energiewoning te
Woubrugge
De ramen bestaan uit low energy-glas (dubbelglas
met Argon gasvulling en metaaloxide-coating) met
een isolatiewaarde (R) van 0,75 m2.K/W. De
kozijnen zijn van teakhout, afkomstig van bomen
uit een houtplantage in Costa Rica.
Aan kierafdichting is veel aandacht besteed, met
name bij aansluitingen tussen de kozijnen en de
muur. Dit heeft mede geleid tot een aangenaam
binnenklimaat.
De openslaande ramen hebben een dubbele
tochtwering.
|
 |
Terug naar
Inhoudsopgave |
|
|
Muren
De muren hebben in verband met een muurisolatie
van 200 mm een bijzonder grote spouw van 250 mm.
Deze spouwgrootte heeft tot gevolg dat de totale
dikte van de muur uit komt op 550 mm. De afstand
tussen de buiten- en binnenmuur is zo groot dat
de buitenmuur geen bijdrage levert aan de
draagkonstruktie van het huis en de binnenmuur
in principe alleen dragend is.

Spouwankers
Bij toepassing van deze isolatiemaatregelen
wordt de invloed van koudebruggen groot.
Spouwankers zijn koudebruggen; zij transporteren
kou van de buiten- naar de binnenmuur. De grote
spouw van dit huis stelde speciale eisen aan het
spouwanker. Hoe groter de spouw is, des te
steviger moet het spouwanker zijn. Er was geen
geschikt spouwanker te koop en daarom is door de
heer Kroon een anker ontworpen en toegepast, dat
zowel de isolatieplaten extra mechanisch tegen
de binnenmuur aangedrukt houdt, als een
koudebrugonderbreking heeft en de binnen- en
buitenmuur met elkaar verbindt
|
|
Isolatie fundering
De fundering is niet geďsoleerd ter voorkoming
van warmtetransport via de heipalen naar de
grond en het grondwater. Om hetzelfde of een
beter resultaat te bereiken is vanaf de
fundering tot de begane grondvloer een
isolerende steensoort gebruikt. Mits deze steen
droog blijft, wordt daarmee een koudebrug naar
de begane grondvloer en de daarop rustende
binnenmuren voorkomen.
2.2.4 Dakconstructie
De basis voor het dak wordt gevormd door een
zogenaamde knikspantdak.
De opbouw van binnen naar buiten is als volgt
(zie ook figuur 4):
• Vezel gipsplaat
• Rachels
• Sporen met daar tussenin de isolatie
(schuimglas)
• Harde vezelcement boardplaat (waterdicht,
dampdoorlatend);
• Verticale rachels (dik 22 mm) met daar
overheen horizontale latten (dik 23 mm)
• Voor het dakgedeelte waar de PV-modules en
zonnecollectoren (zonnedak) ondersteund moesten
worden is een aluminium draagconstructie
toegepast (zie hieronder voor verdere
toelichting).
• De overige daken zijn bedekt met geglazuurde
dakpannen ten behoeve van een zo schoon
mogelijke opvang van regenwater.
Om de temperatuur van de PV-modules en de
condensvorming te beperken is een luchtspouw
onder het dak, waar de PV-panelen en
zonnecollectoren zich bevinden, aangebracht. De
spouw begint bij de dakgoot en loopt achter de
gevel van de toren door tot aan dakrand van de
toren.
Aluminium draagconstructie
De techniek die toegepast is voor de integratie
van de PV-modules en zonnecollectoren is
afkomstig uit de kassenbouw. Op het onderdak
zijn aluminium BOAL-profielen aangebracht die
als draagconstructie voor frameloze PV-laminaten
en de glazen afdekking van de zonnecollectoren
dienen (zie figuren 5 en 6). Deze
integratietechniek is eerder toegepast in een
proefproject in Heerhugowaard. Deze constructie
dient voldoende waterdicht te zijn. Het zinken
onderdak dat in Heerhugowaard nog werd toegepast
als extra voorziening, is hier weggelaten.
|
|
Oorspronkelijk zou
in plaats van de vezelcement boardplaten een
dakfolie worden toegepast, maar door de heer
Kroon werden een aantal problemen voorzien zodat
besloten is voor de andere oplossing, zie verder
par2.3
|
 |
Terug naar
Inhoudsopgave |
PV-systeem
2.3.1 Algemeen
Het PV-systeem bestaat uit een zonnegenerator
met een nominaal vermogen van 3,42 kWp
(werkelijk geďnstalleerd vermogen is 3,6 kWp,
tevens zijn er acht dummy-panelen in het dak
aangebracht), drie inverters van elk 1 kWnom en
een aansluiting op het elektriciteitsnet,
voorzien van beveiligingen. In figuur 7 is het PV-systeem schematisch weergegeven. De
specificaties van het systeem staan vermeld in
tabel A.
De opbrengstverwachting van het PV-systeem was,
bij het ontwerp van het systeem, ca. 3000 kWh.
Het elektriciteitsgebruik wordt ingeschat op
1500 kWh.
De verhouding tussen het geďnstalleerd vermogen
van de inverters en de PV-generator is 0,83.
Het PV-systeem is geďnstalleerd en in werking
getreden op 16 december 1992.
|
Lokatie |
NB
OL |
52°10'
4°40' |
|
Altitude |
|
0 m boven
zeeniveau |
|
Oriëntatie |
dak I
dak II
dak III |
zuid
zuid
40° west (t.o.v.
zuid) |
|
Inclinatie |
dak I
dak II
dak III |
45°
25°
25° |
|
PV-generator |
Nom. vermogen
Werkelijk
vermogen
Array oppervlak |
3,42 kWp
3,61 kWp
34,76 m˛ |
|
Inverters |
Nom. vermogen
Aantal |
1 kW
3 |
|
Verhouding
geďnstalleerde vermogens |
Pinverter/Ppv |
0,83 |
|
Elektriciteits
verbruik |
(schatting) |
1500 kWh/jaar |
|
Instraling
horizontaal |
(ref.) |
980 kWh/m˛/jaar |
|
Instraling
horizontaal |
(ref.) |
980 kWh/m˛/jaar |
|
2.3.2 PV-generator
De PV-generator bestaat uit 76 modules, waarvan
te boek staat dat het totale piekWattvermogen
3,42 kWp bedraagt. De zogenaamde flash-test gege¬vens
van de fabri¬kant geven aan dat het werkelijk
geďnstalleerd vermogen hoger ligt, namelijk 3,6
kWp [2].

Naast deze PV-modules zijn, uit esthetische
overwegingen, nog eens 8 dummy-panelen in het
dak opgenomen. Deze dummy's zijn in feite
afgekeurde PV-panelen waarvan het vermogen
volgens de flash-test een stuk minder is dan
waarvoor ze gemaakt zijn. Van zeven van de acht
dummy's zijn de flash-test gegevens bekend. Deze
7 panelen hebben een gemiddeld vermogen van 29,6
Wp. Het totale vermogen van de dummy's wordt
geschat op 237 Wp. Deze dummy's zijn door dhr.
Kroon gebruikt voor het bijladen van accu's.
Vanaf juli 1994 maken ze echter deel uit van het
netgekoppelde systeem.
Het PV-systeem is opgesplitst in 3 subarray's.
Deze subarray's bestaan elk weer uit strings
waarvan het aantal varieert tussen de 5 en 9. De
stringlengte is 4 modules (serieschakeling). De
verdeling van de strings over de drie dakdelen
is beschreven in [2].
|
 |
Terug naar
Inhoudsopgave |
|
|
Technische
gegevens PV-generator
|
Type module |
IRM 45 (RSM 45 zonder
frame) |
|
Leverancier |
R&S Renewable Systems bv. |
|
Nominaal vermogen module |
45 Wp |
|
Nom. Vermogen totaal
Vermogen volgens
flash-test |
3,42 kWp
3,6085 kWp (+
236,6 Wp aan dummy's) |
|
Aantal modules
Aantal strings
Aantal modules in serie |
76 (+ 8 dummy-panelen)
19 (+ 2 strings met
dummy's)
4 |
|
Celmateriaal |
polykristallijn silicium |
|
Aantal cellen in module |
36 |
|
Kortsluitstroom Ik
module |
3,1 A |
|
Openklemspanning Uo
module |
21,0 V |
|
Spanning bij MPP module
Spanning bij MPP systeem |
16,0 V
64,0 V |
|
Afmeting module |
990 x 462 mm |
|
Totale celoppervlak
Totale arrayoppervlak |
27,36 m˛ (+ 2,88 m˛ aan
dummy's)
34,76 m˛ (+ 3,66 m˛ aan
dummy's) |
|
Omschrijving
ondersteuning |
BOAL-profielen, aluminium |
De strings waaruit de
subarray's zijn samengesteld hebben niet altijd
dezelfde oriëntatie of tilthoek.
De samenstelling van de drie subarray's zijn in
de periode 5 maal veranderd. In [2] staan deze
stringsamenstelling en het bijbehorende
geďnstalleerd vermogen van de subarray's
vermeld. |
|
Technische gegevens inverter
|
Type |
Ecoverter 1000 W |
|
Leverancier |
Victron |
|
Nominaal vermogen |
1200 W |
|
Nominale DC-spanning |
70 - 80 V |
|
Regeling bij normale
operatie |
MPPT |
|
Aantal |
3 |
|
Rendement bij vollast |
93 % (fabrikant) |
|
Nullastverlies
Stand-by |
10 W per unit (fabrikant)
< 1 W per unit
(fabrikant) |
|
Maximaal rendement |
94% bij 500 W (fabrikant) |
2.3.3 Inverter
De drie subarray's zijn elk afzonderlijk
aangesloten op een inverter van 1 kW nominaal.
Deze drie inverters zijn parallel geschakeld en
aangesloten op het AC-net. In tabel C staan
enkele technische specificaties van deze
omvormers vermeld. |
|
 |
Terug naar
Inhoudsopgave |
|
|
|
|