|
Energiebesparingstips uit de nulwoning van Arie Kroon.
Energieneutraal wonen
‘Samen
kunnen we het doen, ieder huis groen’. Een bekende
reclameslogan van een grote energieleverancier. Maar
volgens Arie Kroon uit Woubrugge kunnen we nog veel meer
doen voor het milieu dan alleen groene stroom gebruiken.
Met zonnepanelen op het dak produceert zijn dijkwoning
net zoveel energie, als de bewoners verbruiken. Met zijn
vele energiebesparingstips is Arie een inspiratie voor
milieubewuste plattelandsbewoners.
Streamer: “Onze buitenmuren zijn in totaal 55 cm dik.”
Bij een nulwoning komt al snel de gedachte op aan een
futuristisch ogend ‘ huis van de toekomst’. Want om zelf
net zoveel energie op te wekken als je gebruikt, daar is
vast een heel bijzonder huis voor nodig. Maar wie de
woning van Arie en Wil Kroon in Woubrugge bezoekt, lijkt
op het eerste gezicht bij een heel normale dijkwoning
aangekomen te zijn. Pas als de blik iets hoger wordt
gericht, valt het bijzondere dak op. Niet bedekt door
dakpannen, maar door grote, gladde, blauwreflecterende
platen. Zonnepanelen. En ook de entree ziet er iets
anders uit dan normaal, want boven de deur hangt
eveneens een grote zonnecel. Maar eenmaal binnen is het
weer een gewone, knusse woning. De energiezuinige
foefjes blijven verborgen, tot Arie ze aanwijst.
Lekker warm
Voor een bezoek aan de familie Kroon zijn geen extra
dikke kleren nodig. Ze wonen dan wel energiezuinig, maar
comfort vindt het echtpaar ook heel belangrijk en in de
woonkamer is het behaaglijk warm. “Toen ik in 1991 met
de bouw van dit huis begon, had ik het ontwerp om de
woning energieneutraal te maken al klaar ”, vertelt
Arie. “Dat was daarvoor nog niemand gelukt. En hoe
minder stookkosten je hebt, hoe eerder je een nulwoning
hebt. Maar ik wilde daarvoor niet drie lagen warme
kleding in huis hoeven dragen. Ik wil best ecologisch
wonen, maar het moet ook goed leefbaar zijn.” Om zijn
energieverbruik toch zo laag mogelijk te krijgen,
ontwierp hij de woning met o.a. extreem goede isolatie.
Daardoor hebben de muren, vloeren en het dak en R-waarde
van 6. Deze waarde geeft de warmteweerstand van het
bouwwerk aan. Bij nieuwbouwwoningen die in dezelfde tijd
werden gebouwd als het huis van de familie Kroon is dit
ongeveer 2, nieuwbouw nu heeft een waarde van 3. “Het
voordeel van die isolatie is dat ons huis in de winter
niet snel afkoelt en in de zomer langer koel blijft. Al
heeft het ook nadelen”, relativeert Arie. Hij loopt naar
een van de ramen en wijst op de afstand tussen de
binnen- en buitenmuur. “Tussen de buitenmuur en de spouw
zit een isolatiepakket van 200 mm”, legt hij uit.
“Daarnaast is er een luchtruimte van 50 mm. En omdat de
muren door de isolatie extra ver uit elkaar staan, was
het nodig om de binnenmuur dikker te metselen dan
gebruikelijk is. In totaal zijn onze muren daardoor 55
cm dik. Dat betekent dat we binnen behoorlijk veel
ruimteverlies hebben.” Naast het dak en de muren, zijn
ook de ramen extra isolerend gemaakt. De ruiten zijn
HR+, wat betekent dat er tussen het dubbelglas een gas
zit, dat de ramen extra isolerend maakt. Een speciale
doorzichtige metaalcoating aan de binnenkant van het
glas zorgt verder dat de warmte voor het grootste deel
binnen blijft. Van die coating is binnen bijna niets te
zien, de ramen zijn hooguit een tintje donkerder dan
gewoon glas.
Spaarlampen
Naast alle isolatie probeert Arie ook door andere
maatregelen zijn energieverbruik zo laag mogelijk te
houden. In zijn hele huis gebruikt hij daarom
spaarlampen. “Je bent een dief van je eigen portemonnee
als je gewone gloeilampen gebruikt”, stelt hij vurig. In
het toilet wordt het licht zelfs aangeschakeld door een
bewegingsdetector, zodat de lamp nooit langer aan is dan
strikt noodzakelijk. Arie: “En wanneer we nieuwe
apparatuur aanschaffen, kiezen we natuurlijk altijd voor
apparaten die zeer energiezuinig zijn. Dat verdient zich
altijd terug. Al moeten de oude apparaten wel echt aan
vervanging toe zijn. Anders is het nog
energieverspilling!” Hij laat zijn was- en afwasmachine
nog eens extra goedkoop werken, door ze aan te sluiten
op warm water. Arie: “Als een vaatwasser zelf het water
moet verwarmen, dan gebeurt dit met stroom. Stroom is
hoogwaardige energie. Om stroom op te wekken, wordt er
in de energiecentrale gas verstookt. Bij de omzetting
van gas naar stroom krijg je een rendementsverlies van
60 procent. Je kunt dus beter direct gas gebruiken om
water te verhitten, dan stroom. Dat doe je door het
water door je ketel te laten verwarmen, voor het de
afwasmachine ingaat.” In huize Kroon is het verwarmen
van water nog eens extra energiezuinig, omdat het water
wordt voorverwarmd door zonnecollectoren op het dak. De
HR-ketel verwarmt dit water daarna verder tot de
gewenste temperatuur. Hierdoor wordt het gasverbruik
voor verwarming van water met zo’n 50 % verminderd.
Stroom ruilen
Om het water in de woning echt goed te verwarmen, heeft
Arie dus ook gas nodig. De zonnepanelen wekken echter
alleen stroom op. Als oplossing ruilt Arie een deel van
zijn stroom voor gas. Hiervoor geeft hij een deel van
zijn stroom terug aan zijn energieleverancier. “Door een
omvormer wordt de energie die de zonnepanelen opwekken
(gelijkspanning), omgezet in wisselstroom. Die stroom
loopt via de bedrading in het huis naar de meterkast,
waar het weer het algemene elektriciteitsnet inloopt.
Via een extra stroommeter wordt bijgehouden hoeveel
energie ik lever.” De meterkast ziet er bij de Kroons
indrukwekkend uit. De voorkant van de kast is ‘versierd’
met een paneel vol meters. Een van de meters geeft aan
hoeveel stroom het dak op dat moment levert. Als de zon
even van achter de wolken verschijnt, slaat deze meter
vrijwel direct verder uit. Twee andere meters geven aan
hoeveel stroom hij aan zijn energieleverancier heeft
geleverd en hoeveel daarvan hij inmiddels zelf weer
heeft gebruikt. Hij kan de stroom namelijk niet alleen
ruilen voor gas, maar mag zijn teveel aan stroom ook
‘opslaan’ in het elektriciteitsnet. Zo kan hij het
verschil in energieverbruik tussen de zomer en winter te
overbruggen. “In de zomer is de straling van de zon het
sterkst”, legt Arie uit. “De zonnepanelen leveren dan de
meeste energie. Maar door de langere dagen en hogere
temperaturen heb je dan juist minder stroom nodig.” Ook
het verschil tussen dag en nacht lost Arie op deze
manier op. Overdag wordt de energie opgewekt, maar pas
’s avonds heeft hij het nodig voor zijn lampen.
Technische kamer
De meterkast is niet eens Arie’s meest indrukwekkende
energieruimte. Op de eerste verdieping is een volledige
kleine kamer ingericht voor het besparen van energie; de
technische kamer. Uitslaande meters, knipperende
lichtjes en grote ijzeren apparaten en met isolatiefolie
ingepakte buizen leveren een plaatje op dat nog het
meest doet denken aan science fiction films van 30 jaar
geleden. Voor Arie de werking van de andere apparatuur
in de ruimte wil onthullen, moet hij eerst iets kwijt
over de technische kamer vol schakelaars en lampjes.
“Dit huis is een voorbeeldproject. Ik heb het zo zuinig
kunnen maken door samenwerking met Novem, de Nederlandse
organisatie voor energie en milieu. Zij hebben het
project met kennis en geld gesteund, maar wilden
natuurlijk van iedere toepassing precies het rendement
kunnen meten. Mensen die zelf hun woning energiezuiniger
willen maken, hoeven dus niet bang te zijn dat ze ook
een kamer in hun huis moeten opofferen aan zoveel
apparatuur.” Het apparaat dat de meeste ruimte inneemt,
hebben de meeste gezinnen toch al in hun huis, zij het
wat kleiner. De enorme ketel boiler die volledig is
ingepakt met isolatiemateriaal, blijkt gekoppeld aan een
van de eerste HR-ketels. “Toen ik in de jaren 70 begon
met mijn onderzoek, waren die er nog niet. Ik heb toen
zelf mijn eigen ketel verbouwd, zodat deze een beter
rendement zou krijgen”, legt Arie onnodig bescheiden
uit. “Omdat hij zo groot is, is dat nu niet meer ideaal.
Maar hij functioneert nog net zo goed als de kleinere,
moderne ketels, dus waarom zou ik hem vervangen?.” Een
vierkant ijzeren apparaat in de hoek van de kamer blijkt
moderner: een ventilatiesysteem met warmtewisselaar.
Hiermee voorkomt Arie dat er bij koud weer onnodig veel
warmte ontsnapt door openstaande ramen. Het
ventilatiesysteem zuigt lucht aan van buiten. De lucht
die na verloop van tijd het huis weer verlaat, is
inmiddels opgewarmd. Met die warmte wordt de koudere
lucht van buiten vast voorverwarmd. “Dat systeem kostte
toen we hier net woonden juist extra veel energie. We
dachten dat de ventilatie altijd aan moest staan. Bij
warmer weer verbruikte het systeem dus ook stroom. Nu
zetten we bij warmer weer gewoon de ramen open en slaat
het ventilatiesysteem pas aan als we beginnen te stoken.
De ventilatie is gekoppeld aan de CV regeling.”
Warmtepomp
Met de verwarming blijkt wel de meeste energiewinst te
behalen. In zijn kantoor bespaart Arie weer op een
andere manier energie. Deze ruimte wordt verwarmd door
een warmtepomp. “Deze pompt grondwater op via een aantal
warmtewisselaars in de heipalen. Dit water is warmer in
de winter en koeler in de zomer, waardoor het in de
winter voor verwarming gebruikt kan worden via de
warmtepomp. In de zomer zijn ruimtes er goed mee te
koelen. Toch zou ik deze vorm van verwarming niet snel
aanraden. De investering in de pomp is groot en het
behaalde rendement valt mij tegen. Op andere punten valt
er meer energiewinst te behalen.” Arie is veel meer te
spreken over de verwarming in zijn woonkamer. De Zweedse
Finse houtkachel in deze ruimte lijkt misschien
ouderwets, maar is volgens Arie wel een betaalbare
energiebespaarder. De kachel is niet van ijzer, zoals
veel houtkachels, maar van speksteen. Deze steensoort
heeft een grote soortelijke warmte, wat betekent dat de
warmte hierin veel beter wordt opgeslagen dan
bijvoorbeeld in ijzer. “Een ijzeren kachel wordt heel
heet als je gaat stoken en geeft de warmte dan vrijwel
meteen af. Het is dus heel snel heel warm, maar het
koelt ook erg snel af wanneer het vuur dooft. Speksteen
geeft de warmte heel geleidelijk af, waardoor je uren na
het stoken toch nog profijt hebt van het vuur. We hoeven
dus maar kort te stoken, om daarna nog uren van de
warmte te profiteren. En hout is een CO2 neutrale
brandstof. De boom heeft namelijk al net zoveel CO2
verbruikt tijdens zijn leven, als er bij het stoken vrij
komt.” Aan Arie’s opmerkingen valt al af te lezen dat
hij niet alleen voor zijn energieverbruik aan het milieu
denkt. Dat is in zijn keuken ook te merken. Geen
strakke, plastic keuken die na tien jaar wordt
vervangen, maar een degelijk, tijdloos, houten
exemplaar. “Duurzaam is nu helemaal in, maar toen ik in
1991begon te bouwen, was dat nog helemaal niet
vanzelfsprekend. Ik heb toch zoveel mogelijk gebruik
gemaakt van bouwmaterialen uit oneindige bronnen, zoals
hout. Oneindige bronnen komen na verwijdering weer terug
en richten geen blijvende schade aan het milieu aan. En
duurzaam materiaal kan in de afvalfase worden
hergebruikt of milieuvriendelijk vernietigd.” In de
keuken valt nog iets flink op. Bij de wasbak staat niet
een, maar prijken er twee kranen. Arie legt uit dat uit
de ene kraan gewoon leidingwater komt. De andere kraan
voert regenwater aan. Hierbij valt op een bordje te
lezen dat het geen drinkwater is. Arie: “Het zuiveren
van water kost ontzettend veel moeite en energie. Dan is
het toch te gek voor woorden dat we dat schone
drinkwater gebruiken om het toilet mee door te spoelen?
Wij vangen het regenwater op en filteren het. Het wordt
gebruikt voor alles dat niet met eten of drinken te
maken heeft: wassen, afwassen, dweilen, ramen wassen,
douchen. Zo is 70% van het water dat we hier gebruiken
regenwater!”
Idealisme
De aanpassingen in zijn huis heeft Arie niet gedaan om
zoveel mogelijk geld te besparen op zijn
elektriciteitsrekening. “Toen we begonnen met bouwen,
was de regering nog in discussie over kernenergie. Ik
wilde aantonen dat het ook anders kan, zonder afval dat
nog duizenden jaren gevaarlijk blijft. Daarnaast was het
voor mij een technische uitdaging om te bewijzen dat het
mogelijk is net zoveel energie te produceren, als je
verbruikt. Ik kan er echt van genieten als ik iets heb
bedacht dat energie kan besparen.” Vanwege het
uitgebreide onderzoek en vele pionierswerk dat Arie
deed, heeft hij financiële hulp gekregen van de
Nederlandse Organisatie Voor Energie en Milieu (NOVEM).
Toch is er in veel huizen ook zonder subsidie veel te
winnen, legt Arie uit. “Spaarlampen en energiezuinige
apparatuur kunnen bij iedereen een lagere
energierekening verzorgen. Wat ze extra kosten in
aanschaf, heb je tijdens de levensduur ruim
terugverdiend. Dat geldt ook voor een HR-ketel. Die
verlaagt het verbruik met 15 - 20%. Een zonnecollector
kan ook eigenlijk altijd uit. Je bespaart hiermee al
snel de helft van de kosten voor het opwarmen van water.
Hoe meer warm water je verbruikt, hoe eerder het
rendabel is. Een jong gezin met kinderen is met 4 tot 5
jaar al uit de kosten.” De zonnepanelen die hij zelf op
het dak heeft liggen, leveren door een hoge
aanschafprijs minder geld op. “De terugverdientijd is
natuurlijk afhankelijk van de energieprijs, maar die
gaat vast niet naar beneden. Ik schat dat je na zo’n 15
jaar kunt genieten van gratis stroom. En de panelen gaan
in totaal zo’n 25 jaar mee. Al zou ik met de aanschaf
nog even wachten tot 2008, omdat de regering er dan
waarschijnlijk weer subsidie op gaat verlenen.” Maar
Arie hamert erop dat ennergiebesparing niet alleen om
geld draait. “Het gaat in hoofdzaak om de toekomst van
onze kinderen. En daar mogen we best iets in
investeren!”
Kader-
Energieverbruik familie Kroon.
Opbrengst zonnepanelen 3200 kWh
Eigen stroomverbruik familie Kroon 1400 kWh
------------
Overschot stroom 1800 kWh
Van 1 m3 gas kan ongeveer 3 kWh stroom worden gemaakt.
Daarom kan de familie Kroon nog 600 m3 gas verstoken
voor verwarming en koken.
Kader
Zelf energie besparen?
In huis valt nog meer energie te besparen dan u denkt.
Op www.nuonenergiebesparen.nl/tips vindt u een
uitgebreide lijst met tips om uw energieverbruik te
verlagen.
|
 |
Homepage |
|